U bent hier

7.1 Rechten OR en PVT

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier HR Rendement
Publicatiedatum: april 2017

initiatiefrecht

De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) heeft een dikke vinger in de pap met betrekking tot het arbobeleid van uw organisatie. Zo kan de medezeggenschap meebeslissen over bepaalde onderwerpen dankzij hun instemmingsrecht. Maar de OR of PVT kan ook zelf voorstellen indienen ter verbetering of als advies van een situatie op basis van het initiatiefrecht.

Rechten van de OR

overleg

De ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging hebben op basis van de Arbowet recht op:

  • overleg met de werkgever over het arbobeleid;
  • actieve uitwisseling van informatie. Dit kan door op vaste momenten vergaderingen in te plannen.

Experts

sparring­partner

Een OR of PVT is vaak opgebouwd uit werknemers met verschillende expertises, waaronder een deskundige op het gebied van arbo. Daardoor is de OR juist een goede sparringpartner en kunt u samen tot een goed beleid komen. Zeker omdat de leden goed op de hoogte zijn van wat er leeft bij de werknemers.

Betrek de OR of PVT in een vroeg stadium bij het arbobeleid. Omdat zij de werknemers van uw organisatie vertegenwoordigen, kan dat heel zinvol zijn.

7.1.1 Zorgtaak

De leden van de OR of PVT zetten zich in voor goede arbeidsomstandigheden. Arbo is namelijk één van de belangrijkste medezeggenschapsgebieden. Het is dan ook geen toeval dat de Arbowet al veel rechten geeft aan OR- en PVT-leden (zie kader). In artikel 12 staat bijvoorbeeld dat de werkgever overleg moet voeren met de OR of PVT over het arbobeleid en de uitvoering daarvan. De leden moeten daarom in staat zijn om hun werkzaamheden goed uit te voeren. Ze hebben ook een zorgtaak op het gebied van arbeidsomstandigheden.

De OR hoeft geen expert te zijn op het gebied van arbo. Volgens artikel 15 van de WOR mag de OR een OR-commissie instellen voor bepaalde aandachtsgebieden, waaronder arbo. Zo’n commissie heet dan vaak VGWM: veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu.

Preventiemedewerkers

bijzondere relatie

kantonrechter

De werknemersvertegenwoordiging en preventiemedewerkers hebben een bijzondere relatie. De OR heeft op basis van de Arbowet namelijk de mogelijkheid om preventiemedewerkers te beschermen tegen eventuele benadeling door de werkgever, zodat de preventiemedewerker zelfstandig en onafhankelijk kan werken. Het is namelijk niet ondenkbaar dat een preventiemedewerker door de werkgever onder druk wordt gezet om zaken ‘onder de pet te houden’. De OR kan dan zelfs de kantonrechter inschakelen (zie ook paragraaf 7.1.2). Tegenover de bescherming die de preventiemedewerker geniet van de OR staat dat hij verplicht is om samen te werken met de OR of PVT. De preventiemedewerker is een extra paar ogen en oren op de werkvloer en kan daardoor goede adviezen geven aan de leden van de werknemersvertegenwoordiging.

Eén van de belangrijkste wijzigingen van de Arbowet voor de OR of PVT is dat er instemmingsrecht geldt op de keuze van de preventiemedewerker. Zie ook paragraaf 7.3.

Interne deskundigen

samenwerken

RI&E

Andere in- en externe arbodeskundigen hebben ook een plicht om samen te werken met het medezeggenschapsorgaan binnen uw organisatie. Denk daarbij aan een bedrijfsarts of andere kerndeskundigen (zie ook hoofdstuk 4) die zich bezighouden met preventie en bescherming van het personeel. Willen ze de RI&E wijzigen, dan zijn ze verplicht om de OR of PVT hierover te informeren.

De OR en Inspectie SZW

bedrijfsbezoek

verslag

De OR of PVT kan besluiten om Inspectie SZW in te schakelen. De Inspectie is wettelijk verplicht om zo snel mogelijk gehoor te geven aan een verzoek. De medezeggenschap zal vaak alleen in extreme gevallen een verzoek indienen. In andere gevallen kan de Inspectie voor reguliere controles op bedrijfsbezoek komen. Dat is altijd een soort toetsmoment voor uw beleid. OR-leden hebben een aantal rechten als Inspectie SZW langskomt:

  • het recht om de inspecteur te vergezellen tijdens een bezoek. Alleen de inspecteur zelf mag dit weigeren, niet u;
  • het recht om de inspecteur persoonlijk te kunnen spreken zonder inmenging van anderen uit de organisatie;
  • het recht om door Inspectie SZW op de hoogte te worden gesteld bij maatregelen tegen uw organisatie;
  • het recht op de verslagen van het bedrijfsbezoek.

7.1.2 Bescherming tegen ontslag en benadeling

advies

onafhankelijk

De OR en PVT zijn onafhankelijke organen. Zij moeten zonder benadeling van de werkgever advies kunnen uitbrengen en hebben het recht om in bepaalde gevallen mee te praten. Daarnaast is het aan de OR pf PVT om ‘bescherming’ te bieden aan de preventiemedewerker of andere arbomedewerkers. Die moeten ook onafhankelijk en zonder benadeling door de werkgever hun werk kunnen doen. Lukt dat niet, dan moeten de OR- of PVT-leden de werkgever daarop aanspreken. Blijft hij het advies van de leden in de wind slaan, dan is er zelfs een gang naar de kantonrechter mogelijk. Die zal de werkgever erop wijzen dat bijvoorbeeld de preventiemedewerker niet benadeeld mag worden vanwege adviezen of maatregelen waarmee de werkgever het niet eens is.