U bent hier

4.3 NBBU-cao

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier HR Rendement
Publicatiedatum: oktober 2016

De Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) heeft ook een eigen cao.

4.3.1 Fasen

vier fasen

De NBBU-cao werkt ook op basis van een fasensysteem. De indeling en duur van die fasen wijken echter af van die van de ABU-cao. Ook bij de NBBU-cao geldt dat hoe langer de flexibele kracht voor het uitzendbureau werkt, hoe meer rechten hij opbouwt. De NBBU hanteert vier fasen in de cao:

  • fase 1: 26 weken;
  • fase 2: 52 weken;
  • fase 3: vier jaar;
  • fase 4: voor onbepaalde duur.

Fase 1

uitsluiting loonbetaling

Fase 1 duurt 26 gewerkte weken. Elke week waarin de uitzendkracht werkt, telt mee voor de opbouw van fase 1. Zolang de uitzendkracht nog niet in meer dan 26 weken heeft gewerkt, blijft hij dus in fase 1 werkzaam. In deze fase is er in principe sprake van uitsluiting van loondoorbetaling: de uitzendkracht ontvangt geen loon als hij niet werkt.

Fase 2

Na 26 gewerkte weken komt de kracht die werkzaam is onder de NBBU-cao in fase 2 terecht. Per 1 juli 2016 is de duur van de tweede fase ingekort van 104 weken naar 52 weken, als gevolg van de wijzigingen uit de Wet werk en zekerheid. Ook in fase 2 geldt uitsluiting van loondoorbetaling als er niet wordt gewerkt.

Fase 3

Als fase 1 en 2 zijn voltooid en het dienstverband van de uitzendkracht binnen een periode van zes maanden na afloop van fase 2 wordt voortgezet, komt de uitzendkracht in fase 3 van de NBBU-cao terecht, die maximaal vier jaar duurt. In deze periode mogen maximaal zes overeenkomsten voor bepaalde tijd worden gesloten. Na vier jaar of bij een zevende overeenkomst begint fase 4.

Fase 4

In fase 4 heeft de uitzendkracht een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Fase 4 gaat pas van start als fase 3 is doorlopen en de flexibele kracht zijn werkzaamheden binnen een periode van zes maanden na afloop van fase 3 voortzet.

4.3.2 Beloning

loon­verhoudings­voorschrift

De NBBU-cao werkte – in tegenstelling tot de ABU-cao – al op basis van de inlenersbeloning (ook wel het loonverhoudingsvoorschrift genoemd). Een uitzendkracht heeft vanaf zijn eerste werkdag recht op hetzelfde loon als een werknemer met dezelfde of een vergelijkbare functie die bij de inlenende organisatie in dienst is. De functie wordt voorafgaand ingedeeld bij de functiegroepen/periodieken van de inlener.

Wegvallen van werk in fase 3 en 4

passend werk

Als het werk wegvalt doordat de opdracht wordt beëindigd, heeft het uitzendbureau in fase 3 en 4 van de NBBU-cao de plicht om passend en vervangend werk te zoeken. Passend en vervangend werk is werk dat onder meer aansluit bij het opleidingsniveau en de werkervaring van de uitzendkracht en dat zich op hetzelfde niveau of maximaal twee niveaus lager bevindt dan de oude functie. Lukt het niet om passend en vervangend werk te vinden en de uitzendkracht houdt zich beschikbaar voor werk, dan is er een loondoorbetalingsplicht. De uitzendkracht heeft in dat geval recht op zijn laatstverdiende loon.

4.3.3 Ziekte

Bij een overeenkomst met uitzendbeding (meestal in fase 1 en 2) van de NBBU-cao komt de uitzendkracht bij ziekte mogelijk in aanmerking voor een ZW-uitkering van 70% van het ‘dagloon’ van UWV. Het uitzendbureau moet deze uitkering aanvullen tot 90% van het laatstverdiende loon. Bij een overeenkomst zonder uitzendbeding (meestal fase 3 en 4) heeft de kracht bij ziekte recht op loondoorbetaling: hij krijgt 90% van zijn loon in het eerste ziektejaar (of voor de duur van de overeenkomst voor bepaalde tijd) en 70% van het loon in het tweede ziektejaar.

SNA-keurmerk biedt iets meer zekerheid

NEN-norm

Kiest u een uitzendbureau dat is aangesloten bij de ABU of de NBBU, dan heeft u redelijke zekerheid dat u met een betrouwbaar bureau te maken heeft. Check in ieder geval altijd of het bureau van uw keuze over het SNA-keurmerk beschikt. Dit is een keurmerk van de Stichting Normering Arbeid. Uitzendbureaus die het keurmerk mogen voeren, voldoen aan de NEN-norm 4400-1 (voor Nederlandse uitzendondernemingen) of aan de NEN-norm 4400-2 (voor buitenlandse uitzendondernemingen). Bureaus met een SNA-keurmerk worden periodiek gecontroleerd en alleen in het SNA-register opgenomen als ze voldoen aan de eisen voor bijvoorbeeld aangifte en afdracht van loonheffingen en omzetbelasting, betaling van het minimumloon en het aanpakken van illegale arbeid.