7.1 Intracommunautaire transacties
EU-lidstaat
onafscheidelijk
Als u goederen verkoopt en levert aan iemand uit een andere EU-lidstaat, spreekt de wet over een intracommunautaire verwerving en een intracommunautaire levering. Er vindt nooit een intracommunautaire verwerving plaats zonder een intracommunautaire levering. Deze twee zijn onafscheidelijk.
7.1.1 intracommunautaire levering
Het is belangrijk om vast te stellen of sprake is van een intracommunautaire levering of een intracommunautaire verwerving. Als u goederen of diensten levert aan klanten in een ander EU-land, brengt u in principe geen BTW in rekening aan ondernemers uit andere EU-landen. Maar let op: Levert u goederen of diensten aan klanten die geen BTW-aangifte doen (bijvoorbeeld particulieren), dan brengt u 6% of 21% Nederlandse BTW in rekening.
Levering van goederen en diensten
aantonen
boeken
vervoersverklaring
Er is pas sprake van een intracommunautaire levering als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
- u kunt aantonen dat de goederen zijn geleverd aan een klant die BTW-aangifte doet;
- u vervoert de goederen naar een andere lidstaat en dit blijkt uit boeken en bescheiden, zoals:
- een kopiefactuur op naam van de buitenlandse koper,
- een pakbon;
- een getekende CMR-vrachtbrief;
- een betalingsbewijs uit het buitenland voor ontvangst afgetekende kopiefactuur en een vervoersverklaring.
- de levering vindt plaats in het kader van de onderneming;
- in een andere lidstaat vindt een intracommunautaire verwerving van dezelfde goederen plaats.
De wet kent ook fictieve intracommunautaire transacties. Hiervan is sprake als het de bedoeling is dat de goederen definitief naar een andere EU-lidstaat gaan.
Nultarief of verlegging
BTW verlegd
Bij levering van goederen past u het nultarief toe en verstuurt een factuur met 0% BTW naar de afnemer. Bij diensten verlegt u de BTW naar de afnemer. U stuurt een factuur zonder BTW waarop u noteert: ‘BTW verlegd’. Vervolgens geeft u de levering van het goed of de dienst aan in uw BTW-aangifte en geeft deze ook op in uw ‘Opgaaf intracommunautaire prestaties’ (zie paragraaf 7.1.3). De afnemer berekent de BTW volgens het tarief dat in het andere EU-land geldt en betaalt deze in dat land. Voor u is dit een intracommunautaire levering en voor de afnemer geldt dit als een intracommunautaire verwerving.
BTW-ondernemer
ondernemer
Hiervoor kon u lezen dat u het nultarief of de verleggingsregeling alleen mag toepassen als de afnemer BTW-ondernemer is. Blijkt achteraf dat de afnemer geen ondernemer is, dan moet u alsnog BTW betalen over de goederen die zonder BTW zijn geleverd.
Wilt u er zeker van zijn dat u zakendoet met een ondernemer? Controleer dit via het VAT Information Exchange System op de internetsite van de Europese Commissie. (ec.europa.eu/taxation_customs/vies). Bewaar de validatie van het BTW-identificatienummer in uw administratie!
7.1.2 Intracommunautaire verwerving
BTW-aangifte
Bent u niet de leverancier, maar de afnemer? En koopt u goederen uit een andere EU-lidstaat? Dan brengt de leverancier u meestal 0% BTW in rekening. U moet dan als afnemer Nederlandse BTW betalen. U rekent dus zelf de verschuldigde BTW uit en geeft deze aan in uw BTW-aangifte. Die BTW kunt u in diezelfde aangifte als voorbelasting aftrekken, voor zover u de diensten gebruikt voor belaste omzet.
Diensten
uitzonderingen
vervoermiddel
Neemt u diensten af uit een ander EU-land, dan verlegt de leverancier de BTW naar u als afnemer. Op deze hoofdregel bestaan een aantal uitzonderingen. De leverancier brengt u dus toch BTW in rekening bij:
- diensten die te maken hebben met het verlenen van toegang tot evenementen op het gebied van cultuur, kunst, sport, wetenschap, ontspanning of onderwijs;
- verhuur van een vervoermiddel voor korte periodes;
- personenvervoer;
- restaurant- of cateringdiensten.
Hoeft u geen BTW-aangifte te doen? Bijvoorbeeld omdat u alleen vrijgestelde diensten levert? Dan geldt er voor u de regeling voor afstandsverkopen (zie paragraaf 7.4).
Uitgesloten
verworven goed
margeregeling
Het regime van de intracommunautaire verwerving is niet van toepassing als het verworven goed is geleverd:
- door een ondernemer die valt onder de kleineondernemersregeling (KOR);
- onder het regime van afstandsverkopen (paragraaf 7.4);
- via een rechtsovergang van goederen als onderdeel van een overeenkomst tot het aanbrengen van die goederen aan een ander goed;
- met toepassing van de winstmargeregeling of de regeling voor openbare veilingen. Beide zijn bijzondere regelingen uit de BTW-Richtlijn 2006;
- als een onderdeel van een ABC-levering;
- aan ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten en rechtspersonen die geen ondernemer zijn, én die niet meer dan € 10.000 per jaar verwerven én daarvóór voor hooguit € 10.000 hebben verworven.
7.1.3 Opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP)
specificatie
periode
U moet bij een intracommunautaire transactie – naast de BTW-aangifte – ook een ‘Opgaaf intracommunautaire prestaties’ (ICP) doen. De Opgaaf ICP mag u per maand, kwartaal of per jaar doen, en uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op een tijdvak. De goederen en diensten die u op de opgaaf ICP vermeldt, zijn een specificatie van het bedrag dat u invult in rubriek 3b van uw aangifte. Dit betekent dat het totaal van de Opgaaf ICP gelijk moet zijn aan het bedrag dat u over dezelfde periode invult bij rubriek 3b. U vindt de opgaaf ICP op het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst, onder ‘Overige formulieren’.
Levert u per jaar voor meer dan € 1,2 miljoen goederen aan afnemers in andere EU-landen of verwerft u per jaar voor meer dan € 1 miljoen uit andere EU-lidstaten? Dan moet u naast elke maand de Opgaaf ICP ook een statistiek- opgaaf indienen bij het CBS.