U bent hier

Onderneming & Salaris
Proeftijdontslag om berichten over Israël kost € 45.000

Proeftijdontslag om berichten over Israël kost € 45.000

Een werkgever mag een werknemer in principe niet ontslaan wegens zijn politieke standpunten, ook niet in de proeftijd. Dat benadrukte Rechtbank Amsterdam onlangs in een zaak over een Palestijnse vluchteling die op LinkedIn kritisch was over Israël.

Tijdens zijn verblijf in Turkije als vluchteling sloot de man een arbeidsovereenkomst met een Nederlands softwarebedrijf. Hij zou voor een jaar aan de slag gaan als front-end engineer. Op 7 oktober 2023, vlak vóór de indiensttreding, viel Hamas Israël aan. In de nasleep hiervan plaatste de werknemer 90 berichten op LinkedIn, waarin hij zich in scherpe bewoordingen uitliet over (de aanvallen door) Israël. Zo schreef hij: ‘I stand against the occupying aggressor, long live the resistance, long live Palestine, to hell with Israel, to hell with the occupation, free Palestine.

Agressieve berichten pasten niet bij bedrijfswaarden

Er volgde een gesprek over de uitingen met zijn werkgever. Na nog eens 45 soortgelijke berichten beriep de werkgever zich op het proeftijdbeding en beëindigde hij de arbeidsovereenkomst. In de bevestigingsmail benadrukte de werkgever het belang van de vrijheid van meningsuiting (artikel). De agressieve berichten van de werknemer hadden echter zijn collega’s een heel ongemakkelijk gevoel bezorgd en botsten met de inzet van de organisatie voor een veilige en respectvolle werkomgeving.
Na het proeftijdontslag vond de man een andere baan in Nederland en vroeg hij het College voor de Rechten van de Mens of zijn ex-werkgever gediscrimineerd had. Het College oordeelde dat de werkgever inderdaad een verboden onderscheid had gemaakt op grond van politieke gezindheid.

Contract stond persoonlijke mening op LinkedIn toe

Met dit steuntje in de rug stapte de werknemer naar de kantonrechter. Die had begrip voor het feit dat de werkgever het Israëlisch-Palestijnse conflict buiten het bedrijf wilde houden. Maar de rechter verduidelijkte dat het niet is toegestaan om een werknemer te ontslaan in verband met zijn politieke overtuiging, ook niet in de proeftijd (artikel). De rechter kon niet anders dan zich aansluiten bij het oordeel van het College, omdat de uitingen op LinkedIn – een medium dat de werknemer volgens de arbeidsovereenkomst ook voor persoonlijke doeleinden mocht gebruiken – als ontslagreden waren genoemd. Daarnaast was niet vast komen te staan dat de werkgever had gewaarschuwd of de werknemer concreet had gevraagd om de berichten aan te passen.
Het ontslag kostte de werkgever meer dan € 45.000, terwijl de werknemer niet één dag had gewerkt. De werknemer kreeg een billijke vergoeding van € 40.000 voor de emotionele schade en een gefixeerde schadevergoeding van ruim € 5.000 voor de onregelmatige opzegging. In een eerdere zaak over anti-Israël-berichten moest een werkgever ook al op de blaren zitten.
Rechtbank Amsterdam, 1 november 2024, ECLI (verkort): 6954