U bent hier

Onderneming & Fiscus
Cryptobezit vanaf 2026 al vooringevuld in de aangifte?

Cryptobezit vanaf 2026 al vooringevuld in de aangifte?

De Belastingdienst vult in de aangifte inkomstenbelasting keurig in wat er op de bankrekening en beleggingsrekening van een belastingplichtige staat. Mogelijk komen daar vanaf de aangifte over het belastingjaar 2026 ook gegevens over cryptovaluta bij. De Belastingdienst heeft die informatie in elk geval wel al vanaf dat moment in zijn bezit.

De gegevensuitwisseling rondom digitale valuta zoals de bitcoin komt voort uit de Europese richtlijn DAC8. De richtlijn verplicht onder meer handelsplatforms in cryptovaluta om jaarlijks gegevens aan te leveren aan de belastingdiensten in een lidstaat. Daarbij gaat het om de identiteit van de gebruiker van de cryptodiensten, of van de natuurlijke persoon die de uiteindelijk belanghebbende is van een onderneming. Ook moet de aanbieder gegevens rapporteren over de transacties van die persoon. Dat kan gaan om een wisseltransactie, waarbij cryptomunten bijvoorbeeld worden omgewisseld voor euro's. Ook als cryptogeld wordt verplaatst naar een rekening van een andere aanbieder, moet dat in de rapportage staan. Leveren de aanbieders de gegevens niet aan, dan kan dat uiteindelijk tot een boete leiden.

Transacties rapporteren

Lidstaten moeten de DAC8-richtlijn uiterlijk eind 2025 in nationale wetgeving hebben omgezet. In Nederland wordt dan ook gewerkt aan een wet die de richtlijn implementeert. Eind vorig jaar is er een internetconsultatie over gehouden, en het kabinet verwacht de wet in mei in te dienen bij de Tweede Kamer. Uiteindelijk moeten de regels vanaf 1 januari 2026 in de hele Europese Unie gaan gelden. Vooralsnog lijkt het erop dat de aanbieders hun eerste rapportage pas doen over de transacties die in het jaar 2026 plaatsvinden. Volgens het voorstel zou de Nederlandse Belastingdienst uiterlijk 31 januari 2027 dan dus echt te weten komen welke belastingplichtige het voorgaande jaar cryptotransacties heeft uitgevoerd. Die gegevens zouden dan ook terug kunnen komen in de vooringevulde aangifte over 2026, maar of en hoe dat gaat gebeuren is nog niet zeker. Cryptovaluta vallen namelijk (nu ook al) onder 'overige bezittingen' in box 3 van de inkomstenbelasting, en dat vraagt in de aangifte om een stand van het bezit op een peildatum. Maar volgens het voorstel hoeven aanbieders van cryptodiensten zo'n waarde van de portefeuille niet te rapporteren, al valt er van transacties natuurlijk ook wel wat af te leiden.

Vragen over cryptobezittingen

Maar ook als de gegevens niet terugkomen in de vooringevulde aangifte, kunnen de cryptodata belastingplichtigen natuurlijk wel aardig in het nauw brengen. Want als er de voorgaande jaren geen cryptobezittingen zijn aangegeven (wat nu al verplicht is) en nu blijkt dat iemand flink wat cryptotransacties heeft uitgevoerd, kan dat zomaar tot vraagtekens leiden bij de inspecteur. En mogelijk leiden die vraagtekens weer tot vragenbrieven, en zelfs tot navorderingsaanslagen en boetes als de belastingplichtige de cryptobezittingen niet echt per ongeluk is 'vergeten'.

Eerdere aangifte corrigeren?

Misschien is de komende regelgeving voor een aantal belastingplichtigen reden om alsnog cryptobezittingen aan te geven die zij eerder niet hebben meegenomen. Een belastingplichtige kan binnen uiterlijk 2 jaar nadat hij een onjuiste aangifte heeft gedaan alsnog een correcte aangifte doen (verdiepingsartikel). Bij een succesvol beroep op deze inkeerregeling legt de fiscus in principe geen vergrijpboete op. Maar: zo'n vrijwillige correctie moet de belastingplichtige dan wel inleveren vóórdat hij kon vermoeden dat de inspecteur op de hoogte raakt van de eerdere fouten. Die vlieger gaat dus na 1 januari 2026 niet meer op.